Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 11 mei 2010

Raadscommissie agendapunt 15, herzienining BP ZOB

Standpunt D66 Beemster
Raadscommissie agendapunt 15, partiële herziening BP ZOB I, 11-05-2010
Aan de collega-raadsleden wil ik nogmaals de brief van minister OCW aan GS vd Provincie NH met klem onder de aandacht brengen (29-6-2009). Het is namelijk deze brief waar de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed letterlijk uit citeert in haar officiële ‘State of Conservation’, zoals verzonden op 12 oktober 2009 naar UNESCO Parijs.

Dit document is geschreven naar aanleiding van de berichten van bezorgde bewoners en is tevens gepresenteerd als het verplichte tienjaarlijkse verantwoordingsdocument.

Uit: brief minister OCW aan GS, 29-6-2009
Een vanuit cultuurhistorisch perspectief ongewenst onderdeel, van zowel het beeldkwaliteitplan als van het bestemmingsplan voor Zuidoostbeemster, is de bebouwingsmogelijkheid voor appartementen, onder andere ten behoeve van een woon-zorgcomplex, op een aantal prominente plekken in het nieuwbouwgebied. De omvang, beoogde bouwhoogte en woningtypologie doet afbreuk aan het van oudsher kleinschalige landelijke karakter in dit gebied. Het verliest daarmee de aansluiting op de historisch ruimtelijke karakteristieken van de droogmakerij en het noodzakelijk onderscheid met de nabij gelegen stedelijke randbebouwing van Purmerend.
De afwijkende bouwhoogte en gekozen typologieën (appartementen) staan op gespannen voet met de vereisten van een goede inpassing binnen de ruimtelijke karakteristieken en het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het Werelderfgoed de Beemster, tevens onderdeel van het Nationaal Landschap Laag-Holland.
Over laatstgenoemd onderdeel, maar met name ook over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder Zuidoostbeemster II, wil ik graag via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met uw provincie, waaronder de Provinciale Adviseur voor Ruimtelijke Kwaliteit en met de gemeente Beemster gezamenlijk optrekken om te komen tot een cultuurhistorisch verantwoorde planvorming die daardoor enerzijds lokaal breed gedragen kan worden, anderzijds antwoordt op de voor de Beemster geldende en door het World Heritage Committee vastgestelde ‘outstanding universal values’ van deze zeventiende-eeuwse droogmakerij. De burgemeester van de gemeente Beemster, de heer Brinkman, heeft reeds te kennen gegeven een voorstander te zijn van een dergelijke aanpak.
Hoogachtend, Onze referentie
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, RW-2009-239
dr. Ronald H.A. Plasterk, namens deze,
de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
drs. Cees van ’t Veen

Collega-raadsleden, minister Plasterk stelt voor (29-6-2009) om voor bet bestemmingsplan ZOB I ‘via RCE met de provincie (Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit) en met de gemeente gezamenlijk op te trekken om te komen tot een cultuurhistorisch verantwoorde planvorming die daardoor enerzijds lokaal breed gedragen kan worden, anderzijds antwoordt op de voor de Beemster geldende en door het World Heritage Committee vastgestelde ‘outstanding universal values’ van deze zeventiende-eeuwse droogmakerij. 1
Raadscommissie agendapunt 15, partiële herziening BP ZOB I, 11-05-2010
De burgemeester heeft reeds te kennen gegeven een voorstander te zijn van een dergelijke aanpak.’ Zo schrijft de minister.
Dit geeft alle aanleiding om eerst met die partners om tafel te gaan om inderdaad te komen tot een cultuurhistorisch verantwoorde planvorming.
Vraag: Graag vernemen wij van de wethouder of er voor de hiervoor liggende herziening zo’n overleg is geweest om te komen tot een cultuurhistorisch verantwoorde planvorming die enerzijds lokaal breed gedragen wordt en anderzijds rekening houdt met de kernkwaliteiten.
In het verantwoordingsdocument voor UNESCO Parijs vat RCE haar oordeel over de bouwplannen in Zuidoost en Middenbeemster als volgt samen (pag.2 onderaan)
Zowel voor Middenbeemster en Zuidoostbeemster, is het zo dat gebouwen van meer dan “twee verdiepingen plus dak” het effect zal hebben dat hun dorpse en landelijke karakter in een meer stedelijk karakter zal veranderen, waardoor hun aansluiting bij de landschappelijke kwaliteiten van de polder zal verdwijnen. De omvang, bouwhoogte en type van woningen mag niet in strijd zijn met het traditionele kleinschalige, landelijke karakter van de nederzettingen. De ontwikkeling buiten het centrale gedeelte van Middenbeemster moet ook dienstbaar blijven aan de centrale belangrijkste ontwikkeling, zowel in termen van uiterlijk en functie.
Vraag aan collega-raadsleden:
1. Aan mijn collega-raadsleden wil ik vragen of zij zich bewust zijn van de aantasting van de kernwaarden van de Beemster, wanneer zij instemmen met de hiervoor liggende bouwhoogte (11 m ipv 2-hoog met een dak) en bouwtypologie (appartementen) voor het zorgcomplex in Zuidoostbeemster.
2. Wethouder, begrijp ik het goed dat door de gedeeltelijke herziening van BP ZOB I tbv het zorgcentrum, nu
* het gehele BP ZOB I aangepast dient te worden en daarmee het gehele BP ZOB I nu onder het regime valt van de nWro en dus onder de provinciale structuurvisie (vastgesteld december 2009) en de daarbij behorende provinciale verordening?
* Zo ja, is het bestemmingsplan ZOB I getoetst aan de provinciale structuurvisie en verordening?
3. Wethouder, u stelt dat de vermindering van het aantal appartementen geen financiële gevolgen heeft voor de exploitatiebegroting. Wij hebben de reactie op de technische vragen gelezen, maar wensen een nadere toelichting? U heeft het over verdere verdichting om de kosten te reduceren, wat bedoelt u daarmee?
4. In de Streekplanuitwerking Waterlands Wonen is afgesproken, en met een convenant vastgesteld, dat eerst door middel van Intensiveren, Combineren of Transformeren woningen worden gebouwd (2000 in waterland, waarvan 200 in Beemster). Dus eerst bouwen op de inbreilocaties, voordat het open groen wordt aangetast (gepland is 10 ha meer verharding in ZOB I). Het realiseren van een zorgcentrum op het voormalige zwembadterrein is geen probleem geweest voor de omwonende bewoners. Wel de bouwhoogte, bouwvormen en massaliteit, waardoor ook openbaar groen opgeofferd zou moeten worden.
Vraag: Collega-raadsleden bent u op de hoogte van de hoge cultuurhistorische waarden van de open stukken groen, ook in Zuidoostbeemster?
2
Raadscommissie agendapunt 15, partiële herziening BP ZOB I, 11-05-2010
3
Tweede ronde
1. Wij, en met ons heel veel bewoners van de beemster, hechten
eraan dat bouwplannen (hoogte en typologie en locatie) de karakteristieken van het dorp versterken.
Voor het ministerie van OCW én de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is de hiervoor liggende herziening wat betreft bouwtype en bouwhoogte in conflict met het traditionele, kleinschalige plattelands karakter. De heterogene bouwhoogte EN het bouwtype, nl appartementen met plat of klein dak, zijn in strijd met behoud van chw van beemster werelderfgoed. Nogmaals, bouwvormen zoals in Purmerend mogen zich niet herhalen in ZOB. Dus alles wat hoger is dan 2 hoog met een dak, is in dit plattelandsgebied NIET passend.
2. Daarbij zijn de open stukken groen van hoge Cultuurhistorische Waarde. De afspraak van Waterlands Wonen, de coalitie refereert hier expliciet aan in haar coalitie-programma, is om eerst door middel van Intensiveren, Combineren of Transformeren woningen te bouwen (2000 in waterland, waarvan 200 in Beemster). Dus eerst bouwen op de inbreilocaties, voordat het open groen wordt aangetast (gepland is 10 ha meer verharding in ZOB I).
D66 voorstel:
a.
Eerst onze toezegging nakomen en ingaan op de uitnodiging van minister OCW om met betrokken partners (ocw mede namens vrom en lnv) werken aan een breed gedragen cultuurhistorisch verantwoorde planvorming voor het gehele bestemmingsplangebied ZOB I met inbegrip van het stedenbouwkundige plan ‘de nieuwe tuinderij’
b.
Daarbij rekening te houden met de afspraken in Streekplanuitwerking Waterlands Wonen aangaande eerst bouwen op inbreilocaties om het open groen zoveel mogelijk te sparen.