Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 23 september 2010

Standpunt D66 Beemster Welstand nota

1e termijn> Algemeen:
D66 is heel tevreden met de participanten die deel hebben genomen aan het voorbereidingen van de startnotitie. Uit de verslagen van de interviews met betrokken participanten blijkt dat:
a.
men meer aandacht wil voor de landschappelijke inpasbaarheid van de massa van bebouwingen (Boerderijenstichting),
b.
men constateert dat gemeente niet altijd handhavend optreedt (Boerderijenstichting; Kwaliteits-team) en er wordt gepleit voor een samenhangend instrumentarium
c.
men een geïntegreerde welstandscommissie wil (boerderijenstichting, welstandscie)
d.
men vindt dat het werelderfgoed het verdient om in de gehele Beemster te spreken van ‘bijzondere welstand’ (welstandscie, RCE)
e.
men aanscherping wil van reclame-uitingen, aanscherping van de paardennota, betere uitwerking van de ruimtelijke kwaliteiten van het object in zijn omgeving
1e termijn> Specifiek
a.
de boerderijenstichting vraagt van de gemeente verslaglegging of alle verbouwingen aan boerderijen worden voorgelegd aan de boerderijenstichting tbv advies. Zij vragen ook aandacht voor de landschappelijke inpasbaarheid en de massa van bebouwingen. Zij geven aan dat de gemeente niet altijd handhavend optreedt wanneer er gebouwd werd in afwijking van de verleende bouwvergunning en zij willen een geïntegreerde welstandscie met in ieder geval afstemming tussen welstandsadvies, monumentenadvies en advies boerderijenstichting. Dat is niet opgenomen in de startnotitie. Vraag is waarom niet? Vraag is ook wat de boerderijenstichting van de startnotitie vindt?
b.
De welstandscie benadrukt dat het werelderfgoed het verdient om in de gehele beemster te spreken van bijzondere welstand en niet van een reguliere welstand zoals de startnotitie aangeeft. D66 onderschrijft de stelling van de welstandscie. ook wij missen aanscherping van reclame-uitingen, aanscherping van de paardennota, , betere uitwerking van de ruimtelijke kwaliteiten van het object in zijn omgeving (dit was/is bij de 14 woningen aan jisperweg 114 onvoldoende onderbouwd, als het al te onderbouwen is, want een pluk woningen hoort daar niet). Ook de welstandscie wil betere afstemming vooraf oa met des Beemsters, dat is een zeer goede zaak.
c.
RCE heeft vooral een rol bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en bij belangrijke herzieningen. Zij pleiten voor meer onderscheidende gebiedsgerichte criteria en vinden dat minstens de gehele Beemster onder het bijzondere welstandsniveau moet vallen. De startnotitie heeft ook dit advies naast zich neergelegd. RCE pleit, zoals ook D66 Beemster graag wil, voor een juiste volgorde, nl eerst een structuurvisie voor de gehele beemster binnen de provinciale kaders en dan pas bestemmingsplannen opstellen. Dus van macro naar meso naar micro-niveau. Er ontbreekt een samenhangend instrumentarium voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden op de verschillende schaalniveau’s, aldus RCE. Naar de mening van D66 Beemster is dat nog onvoldoende in zicht. Vraag is wat RCE van deze startnotitie vindt?
d.
Opvallend is dat de opstellers van het ontwerp bestemmingsplan buitengebied vraagtekens plaatsten bij de criteria die zij hebben meegekregen voor het landelijk gebied. Die blijken nl niet Des Beemsters te zijn (kaprichting, hetzelfde regime voor het gehele buitengebied), de schootsvelden van de forten blijken niet beschermd en er ontbreken beeldkwaliteitsvoorwaarden voor bruggen en dammen, voor niet-agrarische bedrijfsbebouwingen. Ook benadrukken zij dat de door de gemeente voorgestelde maatvoering voor paardenhouderijen, nl 2,5 ha, niet passend is voor de Beemster.
e.
Het kwaliteitsteam constateert dat zij overal bij betrokken zijn/worden, maar niet bij de uitbreidingsplannen van ZO Beemster. D66 vindt dat bijzonder en vraagt expliciete aandacht voor de ontwikkelingen in ZO Beemster. Ook zij merken op dat handhaving van beeldkwaliteitsplannen organisatorisch niet goed geregeld is.
f.
De klankbordgroep welstandsbeleid in de Beemster pleit voor burgerparticipatie in de welstandscie. Dat is een goede zaak, wij pleiten ervoor om in dit verband ook gebruik te maken van de deskundigheid die in de Beemster aanwezig is binnen of via het Historisch Genootschap Beemster. 1
2
Veel goede en terechte opmerkingen ons inziens, maar wij zien te veel adviezen en suggesties, zoals gemaakt door participanten in december, niet terug in de uiteindelijke startnotitie.
Bovendien zijn niet alle participanten betrokken geweest bij de bespreking/evaluatie van de uiteindelijke startnotitie. Dit geldt bv voor Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de boerderijenstichting.
Als laatste opmerkingen:
a.
de opstellers van de herziening van BP ZOB I zijn niet betrokken geweest bij deze startnotitie. Wat is hiervan de reden?
b.
Het Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie is in maart 2010 vastgesteld. Wordt dit meegenomen in de welstandsnota?
c.
De milieufederatie is, naast de provincie en de gemeente, mede initiator van Des Beemsters en heeft vorig jaar kritiek geuit op het gebrek aan richtinggevende, leidende instrumenten die uit de visie voortvloeien. Niets kan niet in de beemster, zo stelde de Milieufederatie. Zowel de milieufederatie als de provinciale adviseur ruimtelijke kwaliteit zijn tot nu toe niet betrokken geweest bij opstellen van welstandscriteria. Heeft dit een reden?
Standpunt D66 Beemster:
De startnotitie is een belangrijke en goede stap om te komen tot een welstandsnota die recht doet aan de bijzondere welstand van de Beemster als geheel. D66 onderschrijft het merendeel van de uitgangspunten 2,3,5,12
Daarnaast pleit D66 Beemster voor:
a.
scherpere welstandscriteria voor zowel buitengebied als de kernen
b.
afstemming vooraf en tijdens advisering/beoordeling tussen de verschillende cie’s (welstand, monumenten, boerderijenstichting, K-team, maar ook nl LaagHolland en RCE, de laatste vooral bij opstellen bestemmingsplannen en de herzieningen) en Beemsterse deskundigen.
c.
Uitgangspunten 2003 hebben niet kunnen voorkomen dat onwenselijke bouwwerken zijn verschenen. Alle reden om de uitgangspunten aan te scherpen. De opdracht is behouden én versterken van de ruimtelijke kwaliteiten zoals genoemd in nominatiedossier en NLLH en Waterlands Wonen. Dus niet alleen ‘unieke landschap’ ook lintbebouwing, openheid etc. dit wordt ook bepleit door de St. Welstandszorg, de Rijksdienst cultureel erfgoed, opstellers BP buitengebied. Geen onbelangrijke adviseurs.
d.
De status van Des Beemsters is nog steeds bestuurlijk en juridisch te mager om als partner in de welstands-advisering en beoordeling te kunnen participeren
e.
Wij gaan ervan uit dat de nieuwe provinciale structuurvisie leidend wordt voor de gemeentelijke structuurvisie en de welstandsnota, zoals de Rijksdienst en het K-team adviseren.
f.
Wij zijn blij dat de erven-consulent, zoals wij in ons verkiezingsprogramma hebben opgenomen, een prominentere plek krijgt bij de erfindelingsadvisering
g.
Het Beleidskader Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is in maart 2010 vastgesteld. D66 pleit voor afstemming van en gebruikmaking van de leidraad en alle andere verschenen documenten op dit gebied, zoals oa Kookboek Kleine Kernen, Bouwen voor Waterland.
h.
Wij pleiten voor participatie van Beemsterse deskundigheid via het Historisch genootschap Beemster.
Nogmaals, de startnotitie is een goede stap naar een welstandsnota met scherpere criteria voor de gehele Beemster, zodat we met zijn allen weten wat wel en niet kan in de Beemster.